-ais
Uiterlijk
| Huidig bestand |
|---|
| 9 |
- IPA: /ɛ/, /e/
-ais m
- (demoniem) -ees [1] [1]; vormt zelfstandige naamwoorden die de bewoners van een land, streek of strand aanduiden
- «Soudan → un Soudanais»
- Soedan → een Soedanees
- «Soudan → un Soudanais»
- (taal) -ees [1] [2]; vormt zelfstandige naamwoorden die de taal die bij het betreffende gebied hoort aanduidt
- «Groenland → le groenlandais»
- Groenland → het Groenlands
- «Groenland → le groenlandais»
- (demoniem) -ees [2] [1]; betreffende het gebied van het grondwoord
- «Soudan → un homme soudanais»
- Soedan → een Soedanese man
- «Soudan → un homme soudanais»
- -ees [2] [2]; betreffende de taal die in het gebied van het grondwoord gesproken wordt
- mannelijke vorm van -aise
- ↑
Weblink bron -ais in: Centre Nationale de Résources Textuelles et Lexicales, 2012 op Centre national de ressources textuelles et lexicales 