-abel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: abelAbel


Nederlands

Huidig
bestand
4
Uitspraak
Woordafbreking
  • -a·bel
Woordherkomst en -opbouw

Achtervoegsel

-abel

  1. vormt een bijvoeglijk naamwoord uit (de stam van een) werkwoord (vaak eindigend op "-éren")
    1. bij overgankelijke werkwoorden: in aanmerking komend voor, geschikt voor, in staat tot (wat het werkwoord uitdrukt)
    2. bij niet-overgankelijke werkwoorden: in staat of geneigd om te laten gebeuren (wat het werkwoord uitdrukt)
  2. vormt een bijvoeglijk naamwoord uit een zelfstandig naamwoord
    1. geschikt voor of leidend tot
    2. vallend onder
Opmerkingen
  • Het is niet altijd vast te stellen of een werkwoord op -eren en het verwante bijvoeglijke naamwoord op -abel beide zijn ontleend, of dat het om een afleiding in het Nederlands gaat. Vaak zal dit door taalgebruikers wel als een afleiding worden opgevat.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen