Naar inhoud springen

放送

Uit WikiWoordenboek

Japans

Uitspraak
  • IPA: \hoː.soː\, [ho̞ːso̞ː]
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

放送

  1. (communicatie), (media) uitzending, omroep
    «その番組は今放送です。»
    Dat programma wordt nu uitgezonden.

Werkwoord

放送する

  1. (communicatie) overgankelijk uitzenden
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
  1. 再放送 heruitzending
  2. 民間放送 commerciële omroep
  3. 公共放送 publieke omroep
  4. 生放送 live uitzending
  5. 緊急警報放送 nooduitzending
  6. 国際放送 internationale omroep
  7. 文字多重放送 teletekst
  8. 中継放送 doorzendstation
  9. 衛星放送 satellietomroep
  10. 全国放送 nationale omroep
  11. 軍放送 militaire omroep
Gelijkklinkende woorden
  1. 包装 verpakking
  2. 法曹 advocaat
  3. 疱瘡 waterpok