רב

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hebreeuws

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
  mannelijk     רַב     רַבִּים  
  vrouwelijk     רַבָּה     רַבּוֹת  

Bijvoeglijk naamwoord

רַב

  1. talrijk, menig
  2. (meervoud) veel

Werkwoord

רַב

  1. talrijk zijn
    «כִּי רַבּוּ פִּשְׁעֵיהֶם»
    Hun misdaden zijn talrijk. (Jeremia 5, 6)