šņiku šņaku

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Lets

Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

šņiku šņaku

  1. tsjak, hak-hak, knip-knip, het geluid van afknippen, afhakken, afbijten, afsnijden