ĝi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

Uitspraak
  • IPA: /d͡ʒi/
Woordafbreking
  • ĝi

Persoonlijk voornaamwoord

ĝi

  1. het
  2. hij/zij (neutraal persoonlijk voornaamwoord, derde persoon enkelvoud)