öre

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • öre
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Deens of Noors, in de betekenis van ‘munt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord öre öres
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

öre v / m

  1. (numismatiek) een honderste deel van de Deense, Noorse en Zweedse kroon.
Verwante begrippen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen