Naar inhoud springen

élire

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
élire
/e.liʁ/
élisais
/e.li.zɛ/
élu
/e.ly/
derde groep volledig

élire

  1. overgankelijk verkiezen [1]; iemand door stemming een ambt doen toekomen
    «Or, quand un Américain a une idée, il cherche un second Américain qui la partage. Sont-ils trois, ils élisent un président et deux secrétaires. Quatre, ils nomment un archiviste, et le bureau fonctionne. Cinq, ils se convoquent en assemblée générale, et le club est constitué.»[1]
    Welnu, wanneer een Amerikaan een idee heeft, zoekt hij een tweede Amerikaan die dat idee deelt. Zijn er drie, dan verkiezen ze een voorzitter en twee secretarissen. Vier, dan benoemen ze een archivaris en het bestuur functioneert. Vijf, dan roepen ze een algemene vergadering bijeen, en de club is gesticht.
  2. overgankelijk verkiezen [2]
  3. overgankelijk uitkiezen
  1. Bronlink Weblink bron “De la terre à la lune”, digitale editie op de Franse Wikisource van J. Hetzel et Compagnie, 1868 (1865), p. 2