échanger
Uiterlijk
- geattesteerd sinds de 12de eeuw als Oudfrans eschangier; van changer met het voorvoegsel é- [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| échanger |
échangeais |
échangé |
| eerste groep | volledig | |
échanger
- overgankelijk uitwisselen [1]; inruilen; inwisselen
- overgankelijk uitwisselen [2]; berichten naar elkaar sturen; met elkaar communiceren
- ↑ échanger (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.