Naar inhoud springen

échange

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  échange     l'échange     échanges     les échanges  

échange m

  1. ruil
  2. uitwisseling
vervoeging van
échanger

échange

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van échanger
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van échanger
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van échanger