Naar inhoud springen

échéance

Uit WikiWoordenboek
  • éché·an·ce
enkelvoud meervoud
naamwoord échéance échéances
verkleinwoord

deéchéancev

  1. vervaldag van een wissel.
21 %van de Nederlanders;
25 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  échéance     l'échéance     échéances     les échéances  

échéance v

  1. vervaldag [1]; de laatste dag waarop een (financiële) verplichting moet worden gedaan
  2. het totaal aan (financiële) verplichtingen die moeten gedaan worden voor deze dag