zwoel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwoel
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zwoel | zwoeler | zwoelst |
| verbogen | zwoele | zwoelere | zwoelste |
Bijvoeglijk naamwoord
zwoel
- vochtig warm, drukkend, benauwd
- Hij las een boek op een zwoele zomeravond.
- zinnelijk, erotisch, sensueel
- Eén zwoele blik was genoeg voor hem.
Vertalingen
1. vochtig warm, drukkend, benauwd