zwezerik

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·ze·rik
enkelvoud meervoud
naamwoord zwezerik zwezeriken
verkleinwoord zwezerikje zwezerikjes

Zelfstandig naamwoord

zwezerik m

  1. klierachtig, hormoonvormend orgaan.
    De oude vrouw is onwel geworden van de bedorven zwezerik.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen