zweven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zweven
zweefde
gezweefd
zwak -d volledig

Werkwoord

zweven

  1. in evenwicht zijn
    Hij zweefde boven de afgrond.
  2. zichzelf drijvend voortbewegen
    Een eigenschap van de adelaar is dat hij op zijn vleugels zweeft.
  3. heen en weer laten gaan
    De koersen waren weer lekker aan het zweven vandaag...
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen