zweven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwe·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zweven |
zweefde |
gezweefd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zweven
- in evenwicht zijn
- Hij zweefde boven de afgrond.
- zichzelf drijvend voortbewegen
- Een eigenschap van de adelaar is dat hij op zijn vleugels zweeft.
- heen en weer laten gaan
- De koersen waren weer lekker aan het zweven vandaag...