zweep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweep
enkelvoud meervoud
naamwoord zweep zwepen
verkleinwoord zweepje zweepjes

Zelfstandig naamwoord

zweep v/m

  1. een handwapen in de vorm van een lang ineengedraaid stuk leer dat met een zwiepende beweging pijnlijke slagen uit kan delen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
zwepen

zweep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwepen
    Ik zweep.
  2. gebiedende wijs van zwepen
    Zweep!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwepen
    Zweep je?
Verwijzingen