zweden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwe·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zweden |
zweedde |
gezweed |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zweden
- (overgankelijk) een huid prepareren met een kalkhoudend product om het haar te kunnen verwijderen
- Deze huiden moeten eerst gezweed worden.