zwakkeling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: zwakkeling (hulp, bestand)
Woordafbreking
- zwak·ke·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwakkeling | zwakkelingen |
| verkleinwoord | zwakkelinkje | zwakkelinkjes |
Zelfstandig naamwoord
- iemand met een zwakke wil
- Ook goedgebekte mensen worden soms als zwakkeling aangemerkt.
- iemand die fysiek zwak danwel weinig imposant is