zwadder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwad·der
enkelvoud meervoud
naamwoord zwadder -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwadder m

  1. spog van een slang, gespuwd gif
  2. slijm van een aal
  3. venijnige laster