zuigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
zuigen zuigend
zog gezogen
zuiging
zuigeling
zuiger
Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zuigen
zoog
gezogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

zuigen

  1. een verlaagde druk aanleggen met de mond of met een apparaat
    Deze machines zuigen aan de bovenkant warme lucht aan.
  2. (informeel) doorgaand treiteren, telkens opnieuw beginnen over iets met de bedoeling iemand anders kwaad te maken
    Zit niet zo te zuigen!
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen