zorg

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zorg

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord zorg zorgen
verkleinwoord

zorg m

  1. behoedzame overweging.
    Geldgebrek is een hele zorg.
  2. verpleging, voorzien in een behoefte.
    Hij nam de zorg op zich voor zijn zieke vader.

Werkwoord

vervoeging van
zorgen

zorg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zorgen
    Ik zorg.
  2. gebiedende wijs van zorgen
    Zorg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zorgen
    Zorg je?
Persoonlijke instellingen