zorg
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zorg
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zorg | zorgen |
| verkleinwoord |
zorg m
- behoedzame overweging.
- Geldgebrek is een hele zorg.
- verpleging, voorzien in een behoefte.
- Hij nam de zorg op zich voor zijn zieke vader.
Werkwoord
| vervoeging van |
| zorgen |
zorg