zorg
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zorg
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zorg | zorgen |
| verkleinwoord | zorgje | zorgjes |
Zelfstandig naamwoord
zorg m
- behoedzame overweging
- Geldgebrek is een hele zorg.
- verpleging, voorzien in een behoefte
- Hij nam de zorg op zich voor zijn zieke vader.
Afgeleide begrippen
- [1]: bezorgen, onzorgvuldig, verzorgen, zorgdragend, zorgelijk, zorgvuldig, zorgwekkend
- [2]: zorgsector, zorgverzekeraar, zorgwet
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
2. verpleging, voorzien in een behoefte
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zorgen |
zorg