zoek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zoek
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | zoek |
| verbogen | (alleen predicaat) |
Bijvoeglijk naamwoord
zoek
- alleen predicatief: niet terug te vinden
- Mijn sleutels zijn zoek.
Uitdrukkingen en gezegden
- zoek zijn
Vertalingen
1. niet terug te vinden
zoek zijn
|
Bijwoord
zoek
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- Zoekmaken: Hij maakte mijn sleutels zoek.
Afgeleide begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zoeken |
zoek