zoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoek
stellend
onverbogen zoek
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

zoek

  1. alleen predicatief: niet terug te vinden
    Mijn sleutels zijn zoek.
Uitdrukkingen en gezegden
  • zoek zijn
Vertalingen

Bijwoord

zoek

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    Zoekmaken: Hij maakte mijn sleutels zoek.
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
zoeken

zoek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken
    Ik zoek.
  2. gebiedende wijs van zoeken
    Zoek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken
    Zoek je?