zinnig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zin·nig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zinnig | zinniger | zinnigst |
| verbogen | zinnige | zinnigere | zinnigste |
Bijvoeglijk naamwoord
zinnig
- dat wat zin heeft, een toekomstig nut dient
- Voor de les eerst je lesstof eens doorlezen is een zinnige gewoonte.
- waar een logisch verband in te ontdekken is
- Ik heb tijdens die vele vergaderingen geen zinnige opmerking gehoord.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. dat wat zin heeft, een toekomstig nut dient
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.