zinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zin·nig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zinnig zinniger zinnigst
verbogen zinnige zinnigere zinnigste

Bijvoeglijk naamwoord

zinnig

  1. dat wat zin heeft, een toekomstig nut dient
    Voor de les eerst je lesstof eens doorlezen is een zinnige gewoonte.
  2. waar een logisch verband in te ontdekken is
    Ik heb tijdens die vele vergaderingen geen zinnige opmerking gehoord.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie