zing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • zing

Werkwoord

vervoeging van
zingen

zing

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zingen
    Ik zing.
  2. gebiedende wijs van zingen
    Zing!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zingen
    Zing je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen