zich
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zich
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| verplicht | keuze | verplicht | keuze | |
| 1e persoon | mij me |
mijzelf mezelf |
ons | onszelf |
| 2e persoon (informeel) |
je | jezelf | je | jezelf |
| 2e persoon (formeel) |
zich | zichzelf | zich | zichzelf |
| 2e persoon (regionaal) |
u | uzelf | u | uzelf |
| 3e persoon |
zich | zichzelf | zich | zichzelf |
Wederkerend voornaamwoord
zich
- derde persoon enkelvoud en meervoud
- Hij wast zich onder de douche.
- tweede persoon (formeel) uzelf
- U kunt zich daar wassen en omkleden.
- ~ iets geeft een onbedoeld resultaat aan bij vele (ook onovergankelijke) werkwoorden
- Hij lachte zich een bult.
- Hij viel zich een ongeluk.
Opmerkingen
- Deze vorm wordt gebruikt als de reflexiviteit verplicht is, dat wil zeggen dat het werkwoord alleen als wederkerend gebruikt kan worden. Ook optioneel wederkerende werkwoorden kunnen het gebruiken maar voor deze is zichzelf gebruikelijker.
Etruskisch
Werkwoord
zich