zegepraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ze·ge·praal

Werkwoord

vervoeging van
zegepralen

zegepraal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zegepralen
    Ik zegepraal.
  2. gebiedende wijs van zegepralen
    Zegepraal!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zegepralen
    Zegepraal je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen