zeep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeep
enkelvoud meervoud
naamwoord zeep zepen
verkleinwoord (zeepje) (zeepjes)

Zelfstandig naamwoord

zeep v/m

  1. (scheikunde) (huishouden) substantie waarmee schoon gemaakt wordt; heeft een ontvettende werking
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zijpen

zeep

  1. enkelvoud verleden tijd van zijpen
    Ik zeep.
    Jij zeep.
    Hij, zij, het zeep.

Meer informatie