zadelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·de·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zadelen
zadelde
gezadeld
zwak -d volledig

Werkwoord

zadelen

  1. (overgankelijk) een zadel plaatsen op een rijdier
    Ik zal even mijn paard zadelen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen