zaadleider

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaad·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaadleider zaadleiders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zaadleider m

  1. een buis waardoor het zaad van de bijballen naar de penis vervoerd wordt
    Op dit plaatje is de plaats van o.a. de zaadleider weergegeven.