wurgen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wur·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wurgen
wurgde
gewurgd
zwak -d volledig

Werkwoord

wurgen

  1. (overgankelijk) iets of iemand vermoorden door het dichtknijpen van de keel
    De slang wurgde zijn prooi.
    Politie zoekt man die machinist wilde wurgen om vertraging [1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. [1] het Parool]