woeden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- woe·den
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van woede.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| woeden |
woedde |
gewoed |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
woeden
- (inergatief) met veel geweld gaande zijn van een natuurverschijnsel
- De afgelopen dagen woedde er een grote brand.
- (inergatief) hevig bezig zijn (van een discussie, conflict, strijd)
- In Europa woedt een discussie over de vraag of er een verbod moet komen op het dragen van een boerka.
- In Angola heeft jarenlang een bloedige burgeroorlog gewoed tussen de rebellen en het regeringsleger.
Synoniemen
- [1] tekeergaan, razen