woeden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woe·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
woeden
woedde
gewoed
zwak -d volledig

Werkwoord

woeden

  1. (absoluut) (van een natuurverschijnsel) met veel geweld gepaard gaan
    De afgelopen dagen woedde er een grote brand.
  2. (absoluut) hevig bezig zijn (van een discussie, conflict, strijd)
    In Europa woedt een discussie over de vraag of er een verbod moet komen op het dragen van een boerka.
    In Angola heeft jarenlang een bloedige burgeroorlog gewoed tussen de rebellen en het regeringsleger.
Synoniemen
Vertalingen