wint

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wint

Werkwoord

vervoeging van
winnen

wint

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
    Jij wint.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
    Hij wint.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van winnen
    Wint!