wilden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- wil·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| willen |
wilden
- meervoud verleden tijd van willen
- Wij wilden.
- Jullie wilden.
- Zij wilden.
- Wij wilden.
Synoniemen
Zelfstandig naamwoord
wilden mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wilde