wijze
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wij·ze
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wijze | wijzen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- manier
- Het behalen van de landstitel werd op een grootse wijze gevierd.
Hyponiemen
- afbetalingswijze, bereidingswijze, bloeiwijze, denkwijze, handelswijze, handelwijze, levenswijze, plattelandswijze, productiewijze, schrijfwijze, spreekwijze, werkwijze, zegswijze
Vertalingen
1. manier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wijze | wijzen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
wijze m
- wijs persoon
- De Lockheed-affaire werd door een commissie van wijzen onderzocht.
Antoniemen
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
wijze
- verbogen vorm van de stellende trap van wijs
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| wijzen |
wijze
- aanvoegende wijs van wijzen