wijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijs
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wijs wijzer wijst
verbogen wijze wijzere wijste

Bijvoeglijk naamwoord

wijs

  1. van groot inzicht getuigend
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord wijs wijzen
verkleinwoord wijsje wijsjes

Zelfstandig naamwoord

wijs m

  1. een melodie
Uitdrukkingen en gezegden

Iemand van de wijs brengen.

  • Iemand verwarren.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wijzen

wijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijzen
    Ik wijs.
  2. gebiedende wijs van wijzen
    Wijs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijzen
    Wijs je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen