werd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werd

Werkwoord

vervoeging van
worden

werd

  1. enkelvoud verleden tijd van worden
    Ik werd.
    Jij werd.
    Hij, zij, het werd.


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

werd

  1. waard
    «..vir al wat hulle werd is.»
    voor alles wat ze waard zijn.