wennen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wen·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wennen
wende
gewend
zwak -d volledig

Werkwoord

wennen

  1. gewoon worden, vertrouwd raken
    Hij moest wennen aan de nieuwe opzet van het systeem.
  2. vetrouwd maken
    Hij wende zijn hond geleidelijk aan zijn nieuwe omgeving.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen