wennen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wen·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wennen |
wende |
gewend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
wennen
- gewoon worden, vertrouwd raken.
- Hij moest wennen aan de nieuwe opzet van het systeem.
- vetrouwd maken.
- Hij wende zijn hond geleidelijk aan zijn nieuwe omgeving.
Antoniemen
Vertalingen
1.