wend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wend

Werkwoord

vervoeging van
wenden

wend

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wenden
    Ik wend.
  2. gebiedende wijs van wenden
    Wend!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wenden
    Wend je?


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /(x)wænð/ (Etsbergs)

Voegwoord

wend

  1. (verouderd) want
Afgeleide begrippen