welp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Welpen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • welp
Woordherkomst en -opbouw

Verwant in andere Germaanse talen

  • Duits (verouderd) Welf

Verwant in overige Indo-Europese talen

  • Oudkerkslavisch: жрѣбѧ (žrěbę) "veulen"
  • Latijn: vulva, bolva, volba "baarmoeder, schede"
  • Oudgrieks: βρέφος (bréphos) "foetus",
  • Hettitisch: huēlpi "overrijp", "vers"; "jong, nieuwgeborende"
  • Sanskriet उल्ब (úlba, úlva) "baarmoeder, schede")
enkelvoud meervoud
naamwoord welp welpen
verkleinwoord welpje welpjes

Zelfstandig naamwoord

welp

  1. m/o: een jong van bepaalde zoogdieren, waaronder leeuwen en tijgers
  2. m: een jonge padvinder
Vertalingen