welbespraaktheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wel·be·spraakt·heid
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van welbespraakt met het achtervoegsel -heid.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | welbespraaktheid | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
welbespraaktheid v
- de kunst om iets goed te kunnen verwoorden
- Zijn welbespraaktheid was ver ontwikkeld.
Vertalingen
1. de kunst om iets goed te kunnen verwoorden