weide
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wei·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | weide | weiden weides |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) een stuk grasland, gewoonlijk bedoeld voor het begrazen door vee of als maaiveld
- In de weide achter het huis waren er altijd lammetjes in het voorjaar.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| weiden |
weide
- aanvoegende wijs van weiden