weefsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- weef·sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | weefsel | weefselen, weefsels |
| verkleinwoord | weefseltje | weefseltjes |
Zelfstandig naamwoord
weefsel o
- dunne geweven stof of textiel.
- (biologie) groep van gelijkaardige lichaamscellen die dezelfde functie in een levend organisme vervullen.
Vertalingen
1. stuk textiel
2. weefsel in de biologie