waterkoker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wa·ter·ko·ker
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | waterkoker | waterkokers |
| verkleinwoord | waterkokertje | waterkokertjes |
Zelfstandig naamwoord
waterkoker m
- een elektrisch apparaat waarin men water kan verhitten
- Doe je nog wat water in de waterkoker? Dan kunnen we zo thee maken.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.