waterkoker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een waterkoker.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·ko·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterkoker waterkokers
verkleinwoord waterkokertje waterkokertjes

Zelfstandig naamwoord

waterkoker m

  1. een elektrisch apparaat waarin men water kan verhitten
    Doe je nog wat water in de waterkoker? Dan kunnen we zo thee maken.


Meer informatie