wateren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wa·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wateren /ˈʋaːtərən/ |
waterde /ˈʋaːtərdə/ |
gewaterd (NL) /ɣəˈʋaːtərt/ (VL) /ʝəˈʋaːtərt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
wateren
- (inergatief) urine uitscheiden
- (overgankelijk) vers hout enige tijd in water leggen om er ongewenste stoffen uit te laten trekken
- (inergatief) waterachtig vocht afscheiden
- Zijn ogen waterden van de kou.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. urine uitscheiden
Zelfstandig naamwoord
wateren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord water
Synoniemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.