warm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • warm
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen warm warmer warmst
verbogen warme warmere warmste
partitief warms warmers -

Bijvoeglijk naamwoord

warm

  1. een hoge temperatuur hebbend
    Dit is een warme kachel.
  2. de warmte van het lichaam vasthoudend
    Vandaag dragen we warme kleding.
  3. enthousiast zijn/worden
    Ik begin er al helemaal warm voor te lopen!
  4. waarbij warmte nodig is
    Haal even brood bij de warme bakker.
  5. prettig overkomend
    Dat schilderij bestond uit allerlei soorten warme kleuren.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen