warm
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Lettergrepen
- warm
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | warm | warmer | warmst |
| verbogen | warme | warmere | warmste |
Bijvoeglijk naamwoord
warm
- een hoge temperatuur hebbend.
- Dit is een warm kachel.
- de warmte van het lichaam vasthoudend.
- Vandaag dragen we enkel warme kleding
- enthousiast zijn/worden.
- Ik begin er al helemaal warm voor te lopen!
- waarbij warmte nodig is.
- Haal even brood bij de warme bakker.
- prettige overkomend.
- Dat schilderij bestond uit allerlei soorten warme kleuren.

