wanhopig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wan·ho·pig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | wanhopig | wanhopiger | wanhopigst |
| verbogen | wanhopige | wanhopigere | wanhopigste |
Bijvoeglijk naamwoord
wanhopig
- zonder hoop op een positieve uitkomst of althans sterk daaraan twijfelend
- Hij zag een wanhopige blik in de ogen van zijn tegenstander en schepte daaruit moed.