wanhoop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·hoop
enkelvoud meervoud
naamwoord wanhoop -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wanhoop v/m

  1. een ellendige toestand waarin men geen uitkomst meer ziet
    Uit pure wanhoop sneed hij zich de polsen door.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen