waanzinnig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- waan·zin·nig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | waanzinnig | waanzinniger | waanzinnigst |
| verbogen | waanzinnige | waanzinnigere | waanzinnigste |
Bijvoeglijk naamwoord
waanzinnig
- geestelijk gestoord
- De echtgenote van Filips de Schone werd waanzinnig na de dood van haar man in 1506 en overleefde hem tot 1555.
- (informeel) geweldig, indrukwekkend
- Dat zijn waanzinnige schoenen.
Bijwoord
waanzinnig
- heel erg, zeer
- Hij is waanzinnig lui.