Ander
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ander betekende oorspronkelijk tweede. "Een en ander" wil dus zeggen: het eerste en het tweede, met de betekenis: meer dan één ding.
- "Ik wil hier het een en ander over kwijt".
Soms zegt men ook "de andere dag", waarmee wordt bedoeld "de volgende dag", dus de tweede dag vanaf nu. Dit moet niet worden verward met "the other day" en "l'autre jour", want die worden vertaald met "onlangs".
Men komt het woord "ander" ook tegen in de uitroep van de veilingmeester: "eenmaal, andermaal..."
In de Middeleeuwen werden in Groningen eden (delen van rechtsgebieden) aangeduid met (bijv): de Warffumer Ene Eed, de Warffumer Andere Eed, de Warffumer Derde Eed.
[bewerk] Anderhalf
Zo betekent anderhalf, de benaming voor: 1½, letterlijk: de tweede half. De eerste half is: ½, de tweede: 1½, de derde: 2½ de vierde: 3½ enz. "Anderhalf" is in het Nederlands de enige juiste benaming, men zegt nooit "een en een half".
De ooit gebruikelijke woorden "derdhalf" en "vierdhalf" worden niet meer gebruikt, met name na het afschaffen van het rekenen in halven (de halve cent, de halve stuiver). De daalder was de aanduiding voor anderhalve gulden.

