vuurwerk

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuur·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuurwerk -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vuurwerk o

  1. één of meerdere voorwerpen die gevuld zijn met ontploffende, brandbare en lichtgevende stofmengsels.
    Wij steken altijd vuurwerk af in onze straat.
Vertalingen

Meer informatie



Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

vuurwerk

  1. vuurwerk o.
Persoonlijke instellingen