vrijbuiter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·bui·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord vrijbuiter vrijbuiters
verkleinwoord (vrijbuitertje) (vrijbuitertjes)

Zelfstandig naamwoord

vrijbuiter m

  1. (scheepvaart) een zeerover die niet zijn buit grotendeels zoals een kaper aan de staat afstond, maar vrijelijk op de markt verkocht
    Kapers werden vaak vrijbuiters als hun dat uitkwam, zodat het verschil niet zo groot was.
  2. iemand die niet vies is van een beetje avontuur
    Oh, die? Dat was altijd al een vrijbuiter!
  3. (scheepvaart) een klassieke, houten zeilboot
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen